Foto: LFFD – Den Haag

In 1974 was de Nederlandse legertop nog 24/7 voorbereid op het uitbreken van oorlog. Het rode gevaar dreigde alom, de Duitsers waren nog niet helemaal te vertrouwen (zij versloegen ons dat jaar in de WK-finale voetbal), de Fransen bleven rare jongens, het was kortom oppassen geblazen. Dus werd korporaal Van Meel, werkend voor de Leger Film en Foto Dienst (LFFD), er op uit gestuurd om het toen 22-jarige baasje Poetin in de gaten te houden en te zien of de Rus al gloorde achter Winterswijk. Bij de minste of geringste beweging onmiddellijk schieten. En scherp een beetje!

Als jong knulletje hielp hij zijn vader in de donkere kamer, waar tussen de spoelbakken werd gezaaid wat later zou uitgroeien tot een ware passie. Hij ging zelf de camera hanteren, waarbij zijn ogen het werk deden en de camera slechts een hulpmiddel was.
Hij zag en registreerde schitterende koppen, mensen, binnen- en buitenlanden en landschappen tot ver onder de zeespiegel – zijn werk leverde diverse exposities op en oogstte waardering van René Lipmann, hoofdredacteur van het blad DUIKEN.

Bij de dienstkeuring had Van Meel te horen gekregen dat er in het leger weinig plaats was voor creatievelingen. Later bleek dat ook de Amsterdamse fotograaf Paul Ruigrok en de Eindhovense fotograaf Rens van Mierlo voor de LFFD Russen hadden moeten kieken. Of zij ook het gasmasker zo elegant (en toch waaks!) konden combineren met een CANON met 135 mm lens vertelt het verhaal niet.